Platte plooien (2 tot 3 volumes)

Platte plooi met tussenruimte (stofvolume 250 %)

Dit type plooien wordt gebruikt bij transparante gordijnen die gewoonlijk niet geopend worden.
De plooien zijn plat tegen de rufflette (gordijnband) gestikt en liggen dicht tegen elkaar.

Dit type confectie laat omwille van het volume stof weinig doorkijk toe.

Boven de rufflette zit meestal 0.5 cm stof (hoofdje) dat de rollers in de rail zal verbergen. De gordijnhaakjes worden in de rufflette geplaatst. Stops aan beide uiteinden van de rail zorgen ervoor dat de kop van het gordijn mooi gespannen staat.
De gordijnen kunnen aan de kant worden geschoven door het laatste haakje uit de stop te halen.

Platte plooi zonder tussenruimte (stofvolume 300 %)

Dit type plooien wordt gebruikt bij transparante gordijnen die gewoonlijk niet geopend worden.
De plooien zijn plat tegen de rufflette (gordijnband) gestikt en liggen tegen elkaar.

Dit type confectie laat omwille van het volume stof weinig doorkijk toe.

Boven de rufflette zit meestal 0.5 cm stof (hoofdje) dat de rollers in de rail zal verbergen. De gordijnhaakjes worden in de rufflette geplaatst. Stops aan beide uiteinden van de rail zorgen ervoor dat de kop van het gordijn mooi gespannen staat.
De gordijnen kunnen aan de kant worden geschoven door het laatste haakje uit de stop te halen.

Enkele, dubbele en driedubbele plooien, met of zonder retour

Enkele plooi

Bij een enkele plooi waaiert het gordijn onderaan bijna volledig uit. De stof zal vrijwel vlak voor het raam hangen. Daarom is dit confectietype niet aan te raden bij hoge gordijnen.

De hoogte van de plooi zelf is meestal 8 cm of 10 cm.

Enkele plooi met retour

Vertrekkend vanuit een gordijn met enkele plooien, kan in het midden tussen elke plooi een extra plooi gestikt worden die naar achter vouwt. Zo zal uw gordijn bij het openen altijd compact opvouwen.

Omdat de plooien voor- en achter de rail gaan, moet het gordijn onder de rail bevestigd worden. Uw rail blijft dus altijd zichtbaar, ook wanneer het gordijn gesloten is.

Dubbele plooi, vlinderplooi of Vlaamse kop

Bij gordijnen die geconfectioneerd worden met een dubbele plooi zal de plooi ook onderaan in het gordijn zichtbaar blijven. Het stofverbruik is uiteraard groter dan bij een enkele plooi.

Afhankelijk van de totale hoogte van het gordijn kan de hoogte van de kop zelf variëren (8cm –  10cm – 15cm of meer).  Hogere plooien brengen lange gordijnen mooier in evenwicht.

Dubbele plooi, vlinderplooi of Vlaamse kop met retour

Vertrekkend vanuit een gordijn met dubbele plooien kan in het midden tussen elke plooi  een extra plooi gestikt worden die naar achter vouwt. Zo zal uw gordijn bij het openen altijd compact opvouwen.

Omdat de plooien voor- en achter de rail gaan, moet het gordijn onder de rail bevestigd worden. Uw rail blijft dus zichtbaar, ook wanneer het gordijn gesloten is.

Driedubbele plooi

Gordijnen die geconfectioneerd worden met een driedubbele plooi zullen rijkelijk vallen. De plooien onderaan het gordijn zijn mooi zichtbaar. Het stofverbruik is nog groter dan bij een dubbele plooi.

Afhankelijk van de totale hoogte van het gordijn kan de hoogte van de kop zelf variëren (8cm –  10cm – 15cm of meer). Hogere plooien brengen lange gordijnen mooier in evenwicht.

Bekerplooien

Bekerplooi

Een bekerplooi is een dubbele of driedubbele plooi waarbij de bovenkant opgevuld wordt. Daardoor heeft de kop van uw gordijn altijd volume, ook als de gordijnen opzij geschoven zijn.

Dit plooitype wordt vooral gebruikt in klassieke woningen met hoge plafonds; een eerder traditionele en formele manier om je gordijnen op te hangen.

Waveplooi en halve waveplooi

Waveplooi

Dit plooitype heeft met moderne uitstraling en is uitermate geschikt voor inbetween (dikkere transparante stoffen) gordijnen. Met dit plooitype zal uw gordijn altijd golvend vallen.

De rollers in de rail zijn onderling verbonden met touwtjes (8cm of 10cm) waardoor de afstand tussen de plooien steeds behouden blijft.
Omdat de plooien voor- en achter de rail gaan, moet het gordijn onder de rail bevestigd worden. Uw rail blijft dus altijd zichtbaar, ook wanneer het gordijn gesloten is.

Halve waveplooi (godet)

Dit plooitype heeft een klassiekere uitstraling dan de normale waveplooi.
Met dit plooitype zal uw gordijn altijd golvend vallen.

De vlakke verstevingingsband waartegen de halve wave-plooi gestikt wordt, laat toe om het gordijn aan een standaard rail op te hangen. In tegenstelling tot de waveplooi kan het gesloten gordijn wel de rail bedekken.

Ringen en lussen

Ingeslagen ringen

Met ingeslagen ringen krijgen je gordijnen grote en natuurlijke plooien.

Wanneer je voor ringen kiest, let er dan vooral op dat de doorsnede van de roede minder dan 2/3 van de opening van de ringen bedraagt. Uw gordijnen zullen anders helemaal niet schuiven.

Aangehechte ringen

Aangehechte ringen kunnen op twee manieren aan het gordijn vastgemaakt worden.

  • De ringen worden (met de hand) rechtstreeks aan de kop van het gordijn vastgenaaid.
  • De ringen kunnen over de roede geschoven worden waarna het gordijn – waaraan speciale klemmen vastgemaakt zijn – aan de ringen geklikt wordt.

Wanneer je voor ringen kiest, let er dan vooral op dat de doorsnede van de roede minder 2/3 van de opening van de ringen bedraagt. Uw gordijnen zullen anders helemaal niet mee schuiven.

Vaste lussen

Deze eerder informele manier om gordijnen op te hangen, kan ook uitgevoerd worden door de lusbanden in een contrasterende kleur te kiezen.

De gordijnen kunnen opgehangen worden aan een roede die prominent zichtbaar blijft. Investeer daarom in een degelijke sierrail met mooie eindkappen.
Rails met runners en haken zijn niet geschikt voor dit confectietype.
Gordijnen met vaste lussen zijn niet in hoogte verstelbaar.

Uw gordijnen zullen niet (gemakkelijk) over de roede heen en weer schuiven. Lussen zijn dan ook enkel geschikt wanneer u de gordijnen niet dagelijks opent en sluit. Dit confectietype voor gordijnen is dan ook eerder decoratief dan functioneel.

Geknoopte lussen

Deze eerder rustieke en informele manier om gordijnen op te hangen, kan ook uitgevoerd worden door de lusbanden in een contrasterende kleur te maken.

De gordijnen kunnen opgehangen worden aan een roede die prominent zichtbaar blijft. Investeer daarom in een degelijke sierrail met mooie eindkappen.
Rails met runners en haken zijn niet geschikt voor dit confectietype.
Gordijnen met geknoopte lussen kunnen in de hoogte ietsje aangepast worden.

Uw gordijnen zullen niet (gemakkelijk) over de roede heen en weer schuiven. Lussen zijn dan ook enkel geschikt wanneer u de gordijnen niet dagelijks opent en sluit. Dit confectietype voor gordijnen is dan ook eerder decoratief dan functioneel.

Fronsen

Fronsen is de meest eenvoudige manier om volume aan een stof te geven. Fronsen van gordijnen is in feite het principe waarop alle andere gordijnkoppen gestoeld zijn. Er zijn verschillende manieren om gordijnen te fronsen.

Bij een basisfrons wordt de stof bovenaan omgeplooid en over de volledige breedte gestikt waarna een kabel of roede door de ontstane tunnel geschoven wordt. Hoewel de gordijnen decoratief zullen zijn, zullen ze niet bepaald functioneel zijn omdat ze niet gemakkelijk schuiven.
Om de gordijnen voor het raam weg te halen, kunnen ze met gordijnhouders gedeeltelijk voor het raam weggetrokken worden.

Door gebruik te maken van een fronslint kunnen verschillende fronstypes gecreëerd worden. Het fronslint wordt plat op de stof gestikt en achteraf m.b.v. de fronskoordjes in fronsen getrokken. Hoe harder de fronskoordjes aangetrokken worden, hoe sterker de stof gefronst zal zijn.
De hoogte en de vorm van de frons (2,5 cm tot 7 cm) is afhankelijk van het gekozen fronslint. Klassieke fronsen lijken sterk op de basisfrons. Bij een potloodfrons zitten lange, potlooddikke plooien compact naast elkaar. Fronsen bestaan ook in ingewikkelder patronen.

Nadat de gordijnkop gefronst werd tot op de correcte breedte, worden de fronsen evenwichtig verdeeld en de haakjes in het fronslint bevestigd. Daarmee wordt het gordijn aan de rollers in een rail opgehangen worden. Gordijnen met een fronslint zullen dus wel heen en weer kunnen schuiven.

Frequent gebruikte haken

Indien mogelijk raden wij “Microflex” haken aan. De haakjes kunnen na confectie van het gordijn in de hoogte versteld worden. Dat heeft zijn nut wanneer de afstand tussen plafond en vloer of tablet niet overal identiek is.

Kunststof haak Microflex

De Microflex haak is geschikt voor enkele, dubbele en zelfs voor driedubbele plooien maar niet voor platte plooien.
De Microflex haak wordt mee in de plooi gestikt. Deze kunststofhaak bestaat in 6, 8 en 10 cm. De lengte wordt gekozen in functie van de hoogte van de gordijnkop (technische termen – gordijnplooien).

Met het haakje aan de achterkant van de plooi wordt het gordijn in de runners van de rail gehangen. Het haakje kan per 5 mm versteld worden, dit in functie van het type rail waaraan het gordijn komt te hangen of de kleine variaties in hoogteverschillen tussen vloer en plafond.
Omdat de haakjes op variabele hoogte ingesteld kunnen worden, zal  uw gordijn onderaan altijd helemaal recht hangen t.o.v. de vloer.

Deze haken moeten niet verwijderd worden wanneer de gordijnen worden gereinigd.

Kunststof haken met ruflette

Deze klassieke gordijnhaakjes zijn geschikt voor voiles en lichte gordijnstoffen en worden vastgezet in de gordijnband die op de kop wordt gestikt.
De ruflette bepaalt het type plooi en de hoogte van het kopje van uw gordijn.

Ze passen zowel voor gefronste gordijnkoppen als op gordijnen waar plooien in gestikt werden. Bij ingestikte plooien worden de haken aangebracht ter hoogte van elke plooi.

Deze haken moeten niet verwijderd worden wanneer de gordijnen worden gereinigd.

Prikhaken

Prikhaken worden toegepast bij enkele, dubbele en driedubbele plooien.
Deze haak wordt in het stiksel van de plooi geprikt.

Om te voorkomen dat de prikhaken de stof beschadigen tijdens het reinigen van uw gordijnen, worden ze vooraf altijd verwijderd.

Dubbelbenige haak

Dubbelbenige haken worden gebruikt in  combinatie met een ruflette.
De ruflette wordt plat op de stof gestikt waarna de plooien meestal gemaakt worden door de beentjes van de haak op regelmatige afstanden door de plooiband te steken.
Hierdoor ontstaan niet-ingestikte plooien.

Dubbelbenige haken bestaan in verschillende lengtes.